Klaagcultuur


klagen over klagen

Beste wie dit leest,

Zo’n 40 jaar geleden, ik zat toen net op de middelbare school, kocht ik het singeltje “File” van André van Duin. Niet zozeer vanwege deze quasi-serieuze coverversie van “Feelings” maar vanwege de B-kant. Op die achterkant stond “Belt u maar” en daar ging het me om. We hadden namelijk klassenavond en ik wilde dat liedje instuderen. Tegenwoordig ros je zoiets van YouTube af, inclusief tekst, maar dat ging in 1975 nog effe niet.

In “Belt u maar” probeert André van Duin een liedje te zingen, maar hij geeft luisteraars de gelegenheid telefonisch in te grijpen als er in de tekst iets voorkomt dat ze niet zint. En jawel, om de haverklap belt er iemand (een typetje of stemmetje van de komiek zelf uiteraard) om te zeuren over de meest banale en futiele dingen. Door de voortdurende tekstaanpassingen en verwoede pogingen van Van Duin om zijn ‘luisteraars’ toch vooral niet tegen de schenen te schoppen blijft er van het liedje eigenlijk niks over.

Halverwege de jaren ’70 was dat humor. Mensen die zogenaamd over de meest stomme dingen klagen, zwaar overdreven allemaal en dàt was de grap van het liedje. De klagerige Nederlander een beetje te kakken zetten door al dat gemekker eens lekker te chargeren. Ikzelf had er op de klassenavond in elk geval veel succes mee!

We zijn 40 jaar verder. Inmiddels hebben we internet en dan met name social media. Vooral die laatste geven zo’n beetje iedereen een platform om zijn of haar mening en grieven te spuien. In 1975 kon dat eigenlijk alleen maar door een boze brief naar de krant te sturen. Maar die moest je dan eerst nog schrijven, postzegel plakken en op de bus doen. Bij de krant zelf was er dan nog een redacteur die beoordeelde of de brief interessant genoeg was om geplaatst te worden en eventuele scherpe kantjes ervan afhaalde. Dat laatste hoeft nu dus allemaal niet meer. Je zet je mening, ongezouten, op één van de vele social media die we inmiddels rijk zijn. Met één druk op de knop. Gratis.

En wat denkt u? Het ooit zo grappige “Belt u maar” van André van Duin is werkelijkheid geworden! Vrijwel iedereen voelt zich beledigd, geschoffeerd, gediscrimineerd, genaaid, benadeeld of in de kuif gepikt. En anders vindt men het de hoogste tijd ergens iets over te roepen. Liefst veel en vaak en niet te genuanceerd alsjeblieft. Kennis van zaken is daarbij niet nodig. Kennis van de Nederlandse taal en het gebruik van interpunctie overigens ook niet. Zolang je de scheldwoorden maar goed spelt. Vrijheid van meningsuiting staat natuurlijk hoog in ons vaandel. Maar jij moet je bek houden!

En zo is een humoristisch liedje, waarin het gezeur van mensen schromelijk wordt overdreven, ingehaald door de werkelijkheid. De klaagcultuur is, mede dankzij het internet, vrijwel tot in de puntjes geperfectioneerd. En ik, zei de gek, ik moet toegeven, ik doe er bijna net zo hard en even vrolijk aan mee. Klagen is besmettelijk. En heel verslavend. En oh zo vermoeiend…

Advertenties

Live and let die


Live and let die

Beste wie dit leest,

Drie weken geleden was ik in de Ziggo Dome bij een concert van een absolute muzikale held van mij: Paul McCartney. Mijn derde keer inmiddels. Eén van de hoogtepunten van zijn optredens is de uitvoering van het door hem geschreven thema van de James Bond-film “Live and let die”. Heerlijk stuk muziek met standaard een knallende vuurwerkshow. Geweldig.

“Live and let die” is blijkbaar ook het motto van een aantal religieuze fanaten. Hun religieuze leider, de kalief, heeft opgeroepen tot het doden van afvalligen, ongelovigen en andersdenkenden. Zeker tijdens de vastenmaand, want kennelijk heeft zo’n actie dan nòg meer waarde. Afgelopen vrijdag was het flink raak, drie aanslagen binnen enkele uren tijd. Al dan niet gecoördineerd.

In Koeweit werd tijdens het vrijdaggebed een moskee vol sjiieten (andersdenkenden) opgeblazen. In Tunesië (afvallig, want een wereldse, democratisch door mensen gekozen regering) voer een vrome gelovige in een rubberbootje een strand vol schaars geklede ongelovigen (lees: westerse toeristen) bij een bordeel (lees: vakantieresort) op en zaaide dood en verder met een Kalashnikov en een stuk of wat handgranaten. In Frankrijk tenslotte probeerde iemand een fabriek voor gasflessen op te blazen. Hij bleef steken bij het onthoofden van zijn direct leidinggevende. Die laatste daad was dan misschien niet georganiseerd vanuit het kalifaat, ze was er zeker door geïnspireerd. Het hoofd van de ongelukkige en waarschijnlijk ongelovige chef werd op een hek gespietst en volgekrast met Arabische teksten. Een zwarte vlag met vergelijkbare spreuken completeerde het plaatje.

Leven en laten leven, het is een motto waar ik zelf altijd naar streef en naar ik hoop, velen met mij. U kunt het niet met mij eens zijn, u kunt mijn standpunten of geloof dan wel levensfilosofie afwijzen, ik zal u daarom nog niet eens dood wènsen, laat staan dat ik u daadwerkelijk probeer van het leven te beroven. Dat is niet altijd de makkelijkste instelling, maar we zijn nu eenmaal niet allemaal eender en gelukkig maar, anders werd het een saaie boel. Deze figuren staan daar anders in. Wie niet voor ons is, is tegen ons. Wat moet het leven mooi en overzichtelijk zijn als je zo zwart/wit kunt denken. Dat geeft rust in je hoofd, toch? Nee dus, want men meent de goddelijke opdracht te hebben ontvangen om al wie “tegen ons” is letterlijk naar de hel te jagen. Want dat is waar ongelovigen, afvalligen en andersdenkenden thuis horen, kennelijk.

Dit gaat gepaard met een “vuurwerkshow” die aanzienlijk minder prachtig en oneindig veel dodelijker is dan die van Paul McCartney. Die veroverde de wereld met muziek. Deze mafklappers menen ook de wereld te moeten veroveren, in naam van hun god. Niet met muziek, maar met nietsontziend geweld tegen alles en iedereen, die hun god, althans in hun optiek, onwelgevallig zou zijn. Ik ben niet tegen geloof, zolang we het erover eens kunnen zijn dat we het mogelijk over sommige dingen niet eens zijn. Vreedzame coëxistentie . Leven en laten leven. Zullen we het ooit leren? Ik heb er een hard hoofd in…..

Labbekakken


LabbekakkenBeste wie dit leest,

In een interview met de Volkskrant zegt de voorzitter van VNO-NCW, Hans de Boer, dat van de half miljoen mensen met een bijstandsuitkering, drie kwart aan het werk gezet moet worden. Ik heb het hele interview gelezen, dat is wel iets genuanceerder, maar toch….. Hans de Boer, hij geeft het zelf toe, provoceert graag. Opgegroeid op het Friese platteland heeft hij geleerd dat er alleen naar je geluisterd wordt als je een grote mond opzet en niet bang bent om een lel uit te delen.
Het probleem is dat in het CDA (de Boer) en de VVD (Rutte, Zijlstra) en waarschijnlijk ook andere partijen ècht zo over mensen in de bijstand wordt gedacht. De Boer roept zoiets alleen maar als hij zich gedekt weet door de grote jongens, dus zijn eigen werkgevers-achterban, de politiek en het Old Boys Network. Je kunt er haast wel vanuit gaan, dat men het in die kringen hartgrondig eens is met de uitspraken van De Boer. Met name de reactie van premier Rutte (“Totaal ongepast”) zal vooral gedaan zijn voor de bühne.
Was het immers niet onze premier-van-alle-Nederlanders die met zijn dikke-ik-uitspraak duidelijk heeft laten blijken wat hij vindt van mensen die hun baan verliezen en een beroep doen op de WW? De voorzitter van de werkgeversclub doet het nog even dunnetjes over voor de mensen in de bijstand. Intussen viert het graaien onverminderd hoogtij. Managers die onderwijs en zorginstellingen naar de rand van de afgrond brengen. Een toenemend aantal smeergeldaffaires, en dat in een land waar men altijd riep “dat het hier geen Italië is.” Consultants en andere externe “experts” die voor tonnen per jaar uit de staatsruif vreten. Banken die op kosten van de belastingbetaler worden gered en met miljarden verlies verkocht, zodat diezelfde belastingbetaler nòg een keer mag dokken. Werkgevers die niet alleen voor tijdelijk, maar ook voor structureel werk roepen dat een vast contract verleden tijd is (de Boer ook, in dit interview). Dus krijgt iedereen een tijdelijk draaideurcontract en elke 2 jaar een half jaar WW. Waardoor je vervolgens dus voor labbekak en dikke-ik wordt uitgemaakt.
Enkele regels verder heeft De Boer 100.000 arbeidsgehandicapten niets te bieden en laat duidelijk doorschemeren, dat dit vooral een afspraak was van zijn voorganger Wientjes, een afspraak waar hij persoonlijk dus kennelijk niet achter staat. Ruim een miljoen “labbekakken” moeten op zoek naar werk dat De Boer en zijn club, samen met het MKB, dus niet kunnen of willen bieden. De politiek spreekt schande, deels omdat men niet hardop kan toegeven dat men het er stiekem wel mee eens is.
En zo is, vlak voor het zomerreces, iedereen weer wakker geschud. Ga maar asperges steken in de zon, met de radio aan. Goed, het aspergeseizoen is al voorbij, de zon schijnt amper en de radio is bagger, maar toch! Vraagje overigens: als HBO-labbekakken asperges gaan steken, wat gaan die lageropgeleide labbekakken dan weer doen? Hans de Boer mag wat mij betreft ook één asperge steken. En ik denk dat ik weet waar…

Les Pays Bas: deux points.


train

Foto: Eurovision

Beste wie dit leest,

Het Eurovisie Songfestival. Ik heb er niks mee, behoor ook kennelijk niet tot de doelgroep. Maar van de week trok iets toch even mijn aandacht. En niet alleen die van mij.

Tijdens de eerste repetitie had de dame die onze eer dit jaar mag proberen hoog te houden, Trijntje Oosterhuis, de jurk aan die ze ook geacht wordt te dragen tijdens de (halve) finale. Een zwarte jurk met een diepe ‘scheur’ recht van voren, waardoor zij letterlijk een decolleté heeft waarvan je hoogtevrees zou krijgen. Zodoende werd die eerste repetitie eigenlijk een repetietie. En daar vielen nogal wat mensen over.

Reacties als “hilarisch”, “smakeloos” en “zet je borsten maar in de uitverkoop” klonken in de media. Maar wat dat betreft, is men de Poolse inzending van verleden jaar alweer vergeten? Met die rondborstige dames in het decor? In die jurkjes waar hun sieraden nog net niet uit floepten. Plus die tamelijk rolbevestigende tekst over de bekoorlijkheden van Slavische meisjes. Althans, dat stond in de vertaling, dus ik ga er maar vanuit dat dat klopt, want mijn Pools is nogal roestig.

Er wordt geklaagd dat het visuele tegenwoordig belangrijker is dan het liedje. Joh, echt? Ik herinner mij een groepje Finse hardrockers, als monsters uitgedost. Een vrouw met een baard is geen gimmick zeker? Over die Poolse meisjes had ik het al gehad. Dan was daar járen geleden het lesbische Russische duo TaTu, dat weken van tevoren aankondigde elkaar tijdens de finale uit te zullen kleden. Tot schrik van de regie, die aankondigde het beeld ‘op zwart’ te gooien als dat mocht gebeuren. ‘Visueel opvallen’ is dus de boodschap. Op zich logisch, anders kun je zo’n festival net zo goed op de radio afwerken. Ik kan mij overigens uit een ver verleden nog de ontzetting van Willem Duys (dacht ik) herinneren over een generale repetitie, waarbij de kleding van de finale ook gedragen moest worden. Dan was de verrassing van al die ‘prachtige robes’ bedorven. Dat nieuwtje is er nu nòg eerder af, maar ook toen was het visuele aspect niet bepaald onbelangrijk.

Dan waren er nog de mensen, die vonden dat Train-cha de jurk niet kon hebben. Net een rollade, schamperden sommigen. De buitenlandse pers lachte haar vierkant uit. Volgens de ontwerper zit er symboliek in Trijntjes kleding. Een rouwsluier en een verscheurd hart. Het verwerken van een verbroken relatie lijkt op rouwverwerking. Het resultaat: een rouwjurk, maar wel met een duizelingwekkend decoleté. Vocaal gezien hoeft Trijntje haar borsten niet in de strijd te gooien. Maar voorlopig is háár repetitie wel het best bekeken op YouTube….

Gooit Trijn hoge ogen met ‘Walk Along?’ Geen idee. Zoja, was het dan de stem of toch de voorgevel van de zangeres? Of beide? Naar mijn bescheiden mening kan ze die jurk best hebben. Ik hou wel van een dame met rondingen. En misschien krijgen we op die manier nog een Eurovisieversie van “nipplegate.” Scoort Trijntje toch mooi twee punten extra! Of ben ik nu weer typisch een man?

Meidagen


70

Beste wie dit leest,

Deze week is het 70 jaar geleden dat er een eind kwam aan de Duitse bezetting. En 75 jaar geleden dat-ie begon. Ongetwijfeld zal daar in de media veel aandacht voor zijn. Zoals Eric Corton van de week zei: “Ik ben van na de oorlog en dat wil ik graag zo houden.” Die kreet stamt al uit de jaren tachtig, maar ik vind ‘m nog steeds heel toepasselijk.

Niet van na de oorlog zijn mijn ouders en schoonouders. Zij maakten de bezetting alle vier als kinderen mee. En ondervonden de consequenties. Wel op een heel verschillende manier, al waren er beslist overeenkomsten. Geen van vieren wilde hier ooit veel over praten, sommige verhalen kwamen pas de laatste jaren boven. Over die tijd wordt het liefst gezwegen. Ook door de generatie die toen kind was. Te heftig. En misschien nog altijd niet, of helemaal nooit meer, verwerkt.

Mijn ouders woonden toen allebei in Den Haag. Soms hoorde ik wel de verhalen van ondanks alles onbezorgd spelende kinderen, die ineens als haasjes naar binnen vluchtten als de motor van een overvliegende V1 er ineens mee stopte… Van Joodse vriendjes en vriendinnetjes die van de één op de andere dag niet meer op school verschenen. Van de hongerwinter. Illegale krantjes in een poppenwagentje. Wraakzuchtige Duitse militairen die ná de capitulatie feestvierende burgers beschoten. Mijn vader heeft zijn hele leven nooit een Duitse (òf Japanse…) auto willen rijden. In Duitsland kwam hij niet graag. Pas in de laatste jaren van zijn leven werd hij wat milder.

Mijn schoonvader heeft een groot deel van de oorlog ondergedoken gezeten. Zijn Joodse moeder werd gearresteerd en afgevoerd om niet meer terug te keren. Hij sprak nooit over de bezetting. Wel over de jaren erna. Begin mei werd hij altijd stilletjes. Er vrat iets aan hem. Maar zolang ik hem kende reed hij Volkswagen en zijn jongere broer woont al 50 jaar in Duitsland.

Ik las van de week dat van alle nu levende Nederlanders nog zo’n 12% de bezettingsjaren heeft meegemaakt. Toch wordt er nog volop herdacht, ook door generaties van na de oorlog. Ondanks dat vrijheid steeds meer onder druk komt te staan. Of juist daardoor! Vreemdelingenhaat lijkt toe te nemen. Sommigen, ook in ons land, zijn openlijk antisemitisch, ontkennen de holocaust of weigeren op school daarover lessen te volgen. Polarisering neemt in zelfs de meest simpele discussie toe. Religieuze fanaten vermoorden ongelovigen zonder pardon. Je mening uiten wordt steeds gevaarlijker of slaat door in getreiter van andersdenkenden. Nee, we hebben nog altijd niet veel geleerd.

Ik las ook, dat veel Duitsers het einde van de Tweede Wereldoorlog steeds minder als een nederlaag en steeds meer als een bevrijding zien. Vooral jongeren. Misschien dat we ooit nog eens leren dat elkaar naar de strot vliegen toch niet de oplossing is voor onze problemen. Dat we niet in verschillen moeten denken, maar in overeenkomsten. En hoe gek dat voor sommigen ook klinkt, overeenkomsten zijn er genoeg. We moeten ze willen zien. Meer is er eigenlijk niet nodig.

Vrijheid


vrijheid-maak-je-met-elkaar

Beste wie dit leest,

Op Koningsdag was onze koning in Dordrecht. Naast alle festiviteiten opende hij ook een museum rond de eerste vrije Statenvergadering van 1572. Hij ‘hernieuwde’ daar met zijn handtekening het document dat van ons land het land moest maken waar je “mag denken wat je wilt, mag geloven wat je gelooft, mag zijn wie je bent.”

Volgende week herdenken en vieren we de 70e verjaardag van de bevrijding. Daar worden we alweer enkele dagen aan herinnerd door die tv-spotjes; vrijheid geven we door, vrijheid is niet vanzelfsprekend, horen we. De toon is een beetje belerend, ik hoor bijna een opgeheven vingertje. Toch zit er wel een kern van waarheid in. Vrijheid is inderdaad niet vanzelfsprekend. Als we niet uitkijken, zou onze vrijheid weleens onder druk kunnen komen te staan.

Nederland is een land waar je mag denken wat je wilt. Vrijheid van meningsuiting is heel actueel, dat is waar. Volgens sommigen is het zelfs onbegrensd. Wat lastiger wordt het echter, als anderen ook van die vrijheid gebruik maken en het niet met je eens zijn. Dan moet zo iemand ineens ‘zijn bek houden’, of liever nog, oprotten. Door het internet heeft iedereen tegenwoordig een podium. Zolang je geen wet overtreedt, hoef je daarbij niet te vrezen voor vervolging. Nederland kent geen Thought Police, zoals in “1984.” Niet voor zover ik weet althans. Maar de nuance is soms ver te zoeken op social media. Geen plaats voor inhoudelijke discussie.

Nederland is een land waar je mag geloven wat je gelooft. Officieel klopt dat. Wel is het zo, dat sommige streng religieuze mensen niet zoveel op hebben met onze door mensen gemaakte democratische wetten. Zij vervangen die het liefst door God’s wetten. En nee, dan heb ik het niet alleen over fundamentalistische moslims. Er is inderdaad godsdienstvrijheid. Ik mag iets anders geloven dan jij en geen mens die me dat verbiedt. Of jou. Goddank.

Nederland is een land waar je mag zijn wie je bent. Is dat zo? Zo lang je je (economische) steentje bijdraagt misschien. Maar ben je oud, ziek, werkloos of hulpbehoevend, dan moet je het in toenemende mate zelf uitzoeken. Je bent een kostenpost en dat is helemaal je eigen schuld. Ben je asielzoeker, dan zien sommigen je liever verzuipen in de Middellandse Zee. Kwamen je voorouders uit een ander land, heb je een kleurtje of een ander geloof, dan zijn er mensen die jou maar liever heel snel zien vertrekken.

Vrijheid is kostbaar. Er is hard voor gevochten en miljoenen verloren hun leven in die strijd. Dat mogen we niet zomaar uit handen geven. Onze vrijheid is sommigen een doorn in het oog. Maar ook zèlf springen we er steeds slordiger mee om. Vrijheid geeft verantwoordelijkheid, met rechten komen plichten. Want ook anderen hebben rechten en vrijheden. Absolute vrijheid bestaat slechts op een onbewoond eiland. Alleen dáár hoef je met niemand rekening te houden. We zijn hier met bijna 17 miljoen Nederlanders. We zullen het samen moeten klaren. Alleen dan zijn we die schat waard die vrijheid heet.

Hard tegen hart


Foto: still uit documentaire van Vice.

Beste wie dit leest,

Ik heb op deze plaats wel vaker gefoeterd op sociale media en nieuwsfora, waar menigeen, niet gehinderd door enige kennis van zaken, vanuit de onderbuik en heilig overtuigd van het eigen gelijk meent te moeten reageren. Ik wist dat het erg was. Maar toen zelfs ik dacht dat het niet erger kon…

De nieuwssite van RTL plaatste van de week een item over de honderden verdronken bootvluchtelingen. Sommige reacties waren zó heftig, dat ik me niet kan voorstellen, dat de schrijvers van deze reacties nog enige menselijke gevoelens hebben. “700 verzopen, mooi, scheelt weer 700 uitkeringen x 50 jaar!” “Toch jammer van die 28 overlevenden.” “Grenzen op slot voor die gelukszoekers!” “De asielindustrie haalt weer alles uit de kast om ze hierheen te halen! Bedankt, linkschmenschen!” Nieuwslezer Roelof Hemmen schreef er een artikel over. Gelukkig waren er veel méér meelevende reacties. En je hoopt, dat de schrijvers van dit soort vuiligheid het nog sarcastisch bedoelen. Helaas, ze zijn meestal bloedserieus.

Ik vraag me heftig af in wat voor wereld we leven. Niet alleen vanwege oorlogen, godsdienstwaanzin, honger, corruptie, machtswellust, maar ook vanwege reacties als deze. Er zijn dus mensen in Nederland die ècht blij zijn met de dood van zo vele medemensen. Want dat scheelt weer uitkeringen. Een enkele “reaguurder” probeerde de pil nog enigszins te vergulden: ja, het was wel erg, maar wij zitten hier ook met woningnood, werkloosheid, crisis, ouderen, zorg. Dat laatste is waar, maar staat dat in verhouding tot elkaar?

Voordat ik ervan beschuldigd word alles en iedereen maar naar Nederland te willen halen: ik snap best dat Europa deze aantallen vluchtelingen niet aankan, ruimtelijk en economisch niet. Dat mensensmokkelaars uit zijn op grof gewin ten koste van wanhopige mensen, die maar één uitweg zien: vluchten naar Europa. Dat datzelfde Europa ook niet het Beloofde Land is zoals zij het zich voorstellen. Dáár betekent “onze” bijstandsuitkering rijkdom, híer kun je er nauwelijks van rondkomen. Alles is relatief.

En ik weet heel goed, dat er naast vluchtelingen ook veel gelukszoekers tussen zitten. Dat er risico’s zijn op het “importeren” van als vluchteling vermomde jihadisten (die overigens óók weten dat het herbergen van dergelijke enorme aantallen ontheemden dat verderfelijke Westen economisch zal uitputten). Dat we mogelijk lokale, Afrikaanse conflicten binnenhalen, die dan hier worden uitgevochten. Dat het problemen geeft om vluchtelingen te huisvesten en van een inkomen te voorzien. Maar moeten we ze dan maar laten verdrinken?

Ja, opvang in de regio lijkt mij beter. Neem de mensensmokkelaars de wind uit de zeilen. Maar hoe doe je dat? Geen idee. Ik weet ook niet wiens schuld dit is: die van de steeds beter georganiseerde mensensmokkelaars, die inmiddels een miljoenenindustrie op poten hebben gezet? Van de vluchtelingen zelf, die wanhopig op zoek gaan naar een beter leven in het rijke Westen? Of van datzelfde rijke Westen, dat niet in staat (of bereid?) lijkt te zijn om dit een halt toe te roepen? Ik weet één ding wel: dat ik dit oprecht vreselijk vind.