Tuincentrum


vraagteken

Beste wie dit leest,

Afgelopen weekend was zeldzaam mooi weer. Half oktober en dan buiten in het zonnetje je bammetjes nuttigen in je shirtje is een zeldzaamheid. Je kunt je natuurlijk afvragen of het wel goed is (en dat is het waarschijnlijk niet!) maar veranderen doe je het toch niet, dus we genoten er maar van.

Afgelopen zondag moesten we naar een verjaardag, maar door dat mooie weer waren we een beetje vroeg op pad. Omdat je de gastheer en -vrouw ook niet al te vroeg wilt overvallen, gingen we eerst nog even naar het nabijgelegen mega-tuincentrum. Open op zondag en daar kan ik nog steeds moeilijk aan wennen. De plaatselijke super is hier op zondag nog drukker dan op zaterdag en dàt was in mijn herinnering altijd de dag voor topdrukte qua boodschappen doen. Voor mij hoeft het niet per se, maar nu kwam het wel goed uit, dus we verenigden het nuttige met het aangename. We zochten immers nog iets leuks voor op het dressoir.

Bij het tuincentrum aangekomen, bleken wij bepaald niet de enige te zijn. Het uitzonderlijk mooie najaarsweer had hele volksstammen naar buiten gelokt, allemaal naar het tuincentrum. Nu wil ik gelijk even een misverstand uit de weg ruimen: ik ben op tweede Paas- en Pinksterdagen etc. never en nooit op bijvoorbeeld een woonboulevard te vinden, dus ook “Och, het is mooi weer, laten wij naar het tuincentrum gaan.” is nu niet bepaald mijn favoriete vrijetijdsbesteding als ik eens een zondag vrij ben met mooi weer!

Met mijn jas nog open, want bijna 20 graden buiten, stapte ik vanuit het zonnetje naar binnen. Gezellige muziek kwam mij tegemoet. Wacht even…. gezellige muziek? Jingle Bell Rock? En naast de ingang stond een levensgrote kerstman HoHoHo! te roepen? Ik vertrouwde mijn eigen ogen niet! Ik was omgeven door besneeuwde sparren. Oké, nep, maar toch… Even verder stonden enkele lichtgevende ijsberen en nog weer een zaaltje daarna (ik zei al, gróót tuincentrum) stonden een paar knoeperds van diorama’s met allemaal besneeuwde huisjes, treintjes, lampjes en miniatuurmensjes met heel veel winterpret. Nou vind ik met het vliegtuig naar een warm land al een behoorlijke cultuurschok, want je stapt in Nederland in de regen in en stapt 3 of 4 uur later weer uit dat ding en de hitte slaat om je oren. Dat kan ik nog begrijpen. Maar dìt?

Sinterklaas moet nog vertrekken uit Spanje richting ons land (àls-ie dat tenminste doet, ik kan me voorstellen dat-ie dit jaar thuisblijft met al die heisa rond zijn metgezel), maar bij het gemiddelde tuincentrum staan de kerstbomen met bijbehorende verlichting en andere accessoires al volop in de verkoop. Toen ik tenslotte weer naar buiten stapte, stond daar een joeperd van een kraam waar men olie- en andere bollen verkocht. Ik keek naar de kraam, bezag mijn open, dunne jasje en polo met korte mouwen en besloot dat ik maar niet zou proberen het te begrijpen.

“Wat wil je drinken?” vroeg de jarige kort daarna. Bijna had ik om een warme chocomel met slagroom gevraagd……

Advertenties

Statiegeld


blik-fles

Beste wie dit leest,

Vorige week was ik zo bemazzeld om een weekje in Duitsland te vertoeven. In de Eiffel, schitterend weer, vlakbij de Belgische èn Luxemburgse grens, kwam ik daar ook weer eens. Nu is Duitsland nogal een bierland, vooral met die Oktoberfeste (tegenwoordig al in september…). En ik ben geen bierdrinker, maar een Radlertje sla ik niet af. Zeker niet een Duitse Radler, die naar mijn bescheiden mening toch een stuk beter smaakt dan de versies die Nederlandse brouwerijen op de markt brengen. Ook niet vies, maar je kunt net zo goed een Fantaatje drinken…

Ik had het plan opgevat om een aantal van díe Germaanse citroenbiertjes te nuttigen, die in Nederland niet of moeilijk te vinden zijn. Vervolgens zou ik van de, volgens mijn smaakpapillen, lekkerste Radler een voorraadje mee naar huis nemen. In blik, dat wel, want die Duitse bierflesjes kunnen hier niet in de statiegeldmachine. Lekker thuis nagenieten. Maarrrrrr… op bier en fris in blik zit in Duitsland ook statiegeld! Zelfs op die kleine petflesjes. Daar viel mijn mooie plannetje lelijk in het (citroen)water, want in Nederland kan ik die blikjes natuurlijk nergens inleveren. Althans, niet met teruggave van het statiegeld, wat dan weer prijsverhogend zou werken voor mijn favoriete citroenbiertje… Balen!

Ik weet dat er hier te lande al een tijdje een politieke discussie gaande is (inclusief intensieve lobby) over het statiegeld. De één wil het helemáál afschaffen, de ander wil juist ook die kleine, nu nog statiegeldloze, petflesjes erin betrekken. Daar zijn echter weer kosten mee gemoeid en zo, dus die discussie loopt al even. Waar echter de gemiddelde Nederlandse berm, openbaar groen en wat dies meer zij bezaaid ligt met blikjes en plastic flesjes, vind je in Duitsland helemaal….. niets! Ja, ik weet, de Eiffel is een heel stuk dunner bevolkt dan de Randstad. Dan is daar natuurlijk de meer gedisciplineerde en ‘saubere’ Duitse volksaard en ga zo maar door. Maar ik heb de indruk dat statiegeld ‘dus’ wel degelijk werkt! Als je moet betalen voor je fust, dan flikker je het immers niet in de berm…

Volgens mij hadden de Duitsers dit bij mijn laatste bezoek aan hun mooie land, 4 jaar geleden, nog niet. Of het is me ontgaan. Maar blijkbaar zijn onze Oosterburen erin geslaagd zo’n systeem op te zetten (kosten of niet), met als gevolg dat de openbare ruimte niet ligt volgeplempt met allerlei zooi. Ter illustratie: wij gingen shoppen op letterlijk een paar meter over de Belgische grens. Daar géén statiegeld op blik. Wij aten buiten in het zonnetje ons gekochte broodje op. Tussen de planken van ons Belgische bankje zat een in elkaar geperst colablikje gepropt…

Overigens, mijn auto zat onderweg naar huis evengoed afgeladen met allerlei niet of nauwelijks in Nederland verkrijgbare Duitse lekkernijen en wijn. Zonder statiegeld, dat wel. Maar wees gerust, ik zal dat afval netjes scheiden. En de wijnflessen? Naar de glasbak! Nadat ik de wijn uit die flessen bevrijd heb, dat wel… Met mij hoeft u dus geen meelij te hebben. Proost!

Sporthelden


paralympics

Beste wie dit leest,

Terwijl ik dit schrijf, zijn de Paralympische Spelen in Rio aan de gang. Al na enkele dagen was de Nederlandse medaille-oogst daar groter dan gedurende de gehele Olympische Spelen. Een prestatie van formaat, lijkt mij. Veel aandacht krijgen zij echter niet. Is dat terecht?

Toegegeven, er is al meer aandacht op de buis voor deze Spelen dan vier jaar geleden. En ja, als je echt wilt kun je online ook een heleboel wedstrijden live volgen. Maar alles bij elkaar is er beduidend minder aandacht voor deze sporthelden dan voor hun ‘valide’ collega’s. Hier geen Juichkoning, geen karrenvrachten BN-ers die ook even hun neus laten zien, geen Holland Heineken Huis, waar deze helden ten overstaan van een laaiend enthousiaste menigte worden gefêteerd. En al helemáál geen niet te stuiten stroom pushberichten van RTL en NOS op mijn telefoon. Ter vergelijking, zelfs toen Epke van de rekstok lazerde kreeg ik van beide omroepen een pushbericht. En toen de (figuurlijk) gevallen Lord of the Rings naar huis gestuurd werd, stond mijn mobiele kletsijzer annex internetontvanger bijna niet meer stil door alle media-aandacht rond de rel zelf, de daarop volgende rechtszaken en ga zo nog maar even verder. Nu is het zó stil, dat ik af en toe maar eens even check of mijn batterij niet leeg is.

Bij de Olympische Spelen staan alleen de meest verstokte sporthaters niet achter ‘onze jongens en meisjes’. Vrijwel iedereen kent ineens de namen van medaillewinnaars van sporten, waar we normaal gesproken zelfs met een vlammenwerper nog niet warm voor te krijgen zijn. Hoe anders is dat bij deze mannen en vrouwen. Zelfs bij sporten, die in hun ‘valide’ (bij gebrek aan een beter woord) verschijningsvorm redelijk wat publiek trekken, blijven de Nederlandse kanshebbers grote onbekenden. Ik weet niet hoe dat vier jaar geleden ging, maar krijgen de medaillekanjers bij terugkomst ook zo’n warm onthaal op Schiphol? En een lintje van de koning? Aan de andere kant, is er voor hun ook een ‘losersvlucht’ georganiseerd?

Misschien heeft het ook een beetje te maken met ons beeld van helden? Helden zijn sterk en zien er zo uit. Gezond van lijf en leden. Met een held kun je bij moeder thuis komen, zeg maar. Hoe anders kan dat uitpakken bij Paralympiërs. Zij missen soms ledematen of andere lichaamsdelen, rijden soms rond in rolstoelen of bewegen raar, zijn blind of doof, enkele zijn zelfs verstandelijk beperkt of hoe dat tegenwoordig ook heten moge. Zij voldoen niet aan het stereotype, smetteloze beeld van wat wij helden vinden.

Misschien is dat allemaal wat te confronterend. Zijn we er nog niet klaar voor. Geeft een hardloopwedstrijd, waarbij de deelnemers niet op voeten, maar op ‘blades’ rennen misschien toch een beetje een vervelend gevoel. Alsof we naar een freakshow hebben zitten kijken… Maar als we dan bedenken, dat deze sporters dikwijls minstens zo hard hebben moeten werken om dit te bereiken als hun door ons zo bewierookte ‘valide’ collega’s, met vaak veel minder geld, verdienen zij dan niet ons grootste respect?

 

Wegwerparbeid


wegwerparbeid

Beste wie dit leest,

Het is hier een hele tijd stil geweest, mede vanwege een verhuizing, maarrrrrr….. daar istie weer! En om er een beetje in te komen, begin ik maar met een oud stokpaardje van mij.

Begin deze week betoogde D66-leider Pechtold, dat iedereen, die een vaste baan wil, er ook één moet kunnen krijgen. Niks mis met flexwerkers, wie zijn leven zo wil inrichten moet dat vooral ook kunnen doen! Maar er kleven ook nogal wat nadelen aan flexwerk en dan met name de grote onzekerheid. Probeer bijvoorbeeld maar eens een hypotheek te krijgen. Met een vaste baan neem je die onzekerheid weg. Beter voor de economie ook, iemand met een vast inkomen geeft makkelijker geld uit. Maar ja, het aantal vaste aanstellingen daalt al jaren in Nederland. En gestaag. Werkgevers zien op tegen de zware verplichtingen die aan personeel met een vast dienstverband kleven.

Pechtold was helder: het moet niet zo zijn, dat in Nederland alleen mensen met HBO+ en/of een academische graad nog vast werk kunnen vinden. Die kant gaat het echter wel uit! De onzekerheid van ‘misschien nemen ze me wel voor vast’ is de zekerheid van ontslag geworden. Was het overigens niet D66, dat instemde met de Wet Werk en Zekerheid, waardoor juist deze hele carrousel tot stand kwam? En werkgevers met zodanige verplichtingen voor vast personeel werden opgezadeld, dat ze wel tien keer nadachten voordat ze iemand vast in dienst namen? Of moet het ontslagrecht weer versoepeld worden?

Het lijkt erg makkelijk de politiek de schuld te geven, al komt al die wet- en regelgeving die dit mogelijk maakt daar wel vandaan. Er zijn echter ook andere factoren. Verdergaande automatisering en robotisering kosten banen, vooral van laaggeschoolden. Daar komt wel weer ander werk voor terug, maar wel in een veel hoger segment, robotica bijvoorbeeld. Niet iedereen kan nu eenmaal goed leren. Niet eerlijk misschien, maar daar doe je niet veel aan. Dus zijn laaggeschoolden het kind van de rekening.

Het inhuren van ‘tijdelijk’ personeel voor structureel werk heeft voor een werkgever zo zijn voordelen. Je zit niet met allerlei verplichtingen als er iets fout gaat, je kunt er relatief makkelijk vanaf bij zakelijke tegenwind en als je na twee jaar ‘noodgedwongen’ van die mensen afscheid neemt, trek je gewoon weer een nieuw blik tijdelijke contracten open. Goed, je personeel bouwt geen band op met het bedrijf waar het voor werkt, maar is dat erg op, pak hem beet, MBO-niveau of lager?

Wat mij betreft wordt structureel werk gedaan door vast personeel en niet door steeds wisselende flexwerkers. Het moet eens afgelopen zijn met mensen na twee jaar de zak geven, niet omdat ze niet voldoen of omdat er geen werk meer voor ze is, maar gewoon omdat men het vertikt ze in vaste dienst te nemen. Als daar wettelijke hindernissen liggen, dan is het de schone taak van een nieuw kabinet om die hindernissen te slechten. Anders heeft straks alleen het ‘kader’ nog vast werk en verwordt alle arbeid daaronder tot een wegwerpartikel.

Dreigsamenleving


raadsleden

Beste wie dit leest,

Lodewijk heeft er tabak van. Al dat gescheld op social media, de verwensingen, de beledigingen, het verwijzen naar zijn Joodse afkomst, de woordspelingen met zijn naam. Dus besloot hij te reageren. Met humor. En al snel bleek: hij is de enige niet.

Ruim 600 gemeenteraadsleden overwegen ermee te stoppen of zich niet herkiesbaar te stellen bij volgende volksraadplegingen! De reden: gescheld op social media, beledigingen, bedreigingen, doodsverwensingen en ander fraais. En niet alleen aan jou, ook aan je vrouw, je kinderen, je familie… Dus word je voorzichtig met je uitspraken. En je stemgedrag. Geef je feitelijk toe aan de dreigementen. Laf? Waarom? Kun je je gezin zoiets aandoen? Ben je dáárvoor raadslid geworden?

Ook hier werd natuurlijk stevig op gereaguurd. Op nieuwsfora en social media. De meesten wijzen dit verbale geweld af. Maar, opvallend, niet zelden werd het gescheld en gedreig vergoelijkt, tenminste als het tegen politici gericht was! Dat hoort erbij, volgens sommigen. If you can’t stand the heat, stay out of the kitchen. Bovendien, al die raadsleden zitten daar maar lekker op dat pluche, strijken riante vergoedingen op, luisteren niet naar “het volk” en corruptie en nepotisme vieren hoogtij, zo vinden sommigen. Geen wonder dat “het volk” dan zijn machteloze woede op deze wijze uit. Of, zoals een reageerder stelde: “Ik heb geen begrip voor die bedreigingen, maar ik begrijp het wel!”

Nu zitten raadsleden bepaald niet op ‘het pluche’, ze regeren immers niet. De vergoedingen zijn, zeker in kleine plaatsen, bepaald niet genoeg om je baan voor op te zeggen. Of u moet een paar honderd euro bruto (!) per uur al tot het ongegeneerd graaien willen rekenen. Voor het geld hoef je het dus niet te doen en het kost je gemiddeld toch zo’n 10 à 15 uur per week. Opnieuw: kleine plaats, anders red je het daar niet mee. “Er wordt niet naar ons geluisterd” wordt vaak verward met “We krijgen ons zin niet” en “Vrijheid van meningsuiting” met “niet worden tegengesproken.” Vriendjespolitiek, corruptie, het zal best eens voorkomen. Maar het is niet al wat de klok slaat.

Ik heb het aan den lijve ondervonden. Ik was 3 jaar lang voorzitter van de Vereniging van Eigenaren van het appartementencomplex waar ik woonde. Beetje tegen wil en dank, maar er waren problemen. Men vond mij wel geschikt om daar wat aan te doen. Toen de ergste narigheid was opgelost begon het gesodemieter. Dreigtelefoontjes, beschuldigingen van eigenbelang en bevoordeling, boze mensen aan de deur, verwensingen, auto bekrast. En dat was 20 jaar geleden…

De samenleving is intussen verder verruwd, de lontjes stukken korter, de kloof door polarisatie breder, de drempel naar verbaal of zelfs fysiek geweld stukken lager. Zo dreigt ons (overigens verre van volmaakte) democratisch bestel af te glijden naar een stelsel, waarbij de grootste bekken gelijk krijgen. De discussie gaat allang niet meer over de inhoud, maar wie het hardste kan schreeuwen. Voor hard blèren hoef je immers niet te weten waar de klepel hangt? Is dat de samenleving die we willen? Ik in elk geval niet!

Heldenmoed


AZC Steenbergen

Beste wie dit leest,

We hebben in Nederland vrijheid van meningsuiting. Dat is in de grondwet verankerd en daar zijn we het, van links tot rechts, over eens. Dacht ik. Toch mag je tegenwoordig niet al te bang uitgevallen zijn als je je mening wilt geven. Zeker als sommigen die mening niet graag horen. Dat bleek in het gedoe rond Zwarte Piet en in nog veel ergere mate in het vluchtelingendebat.

Zowel voor- als tegenstanders schelden elkaar uit voor rotte vis. Het debat is zodanig gepolariseerd, dat je je afvraagt of er nog wel sprake is van een debat! Op social media was dat al een tijdje het geval, maar het is nu ook doorgedrongen tot voorlichtings- en inspraakavonden.

Voorstanders van vluchtelingenopvang noemen de tegenstanders fascisten, racisten, nazi’s, bruinhemden en verwijten hen een algemeen gebrek aan empathie. De tegenstanders maken de voorstanders uit voor landverraders en linkse ratten die het land uit geschopt of zelfs doodgetrapt moeten worden. Dreigementen worden niet geschuwd. Sommige niet al te realistisch (“na de verkiezingen wordt uw soort berecht!”), andere zijn ronduit griezelig. Een lokale politicus, die voor een AZC was, kreeg de mededeling dat hij daarover nog maar eens goed moest nadenken, want “ik weet waar je kinderen op school zitten.” En voor beide zijden geldt: wie niet voor ons is, is tegen ons. Wie wat genuanceerder voor of tegen is of simpelweg niet echt een stellig standpunt inneemt, wordt door beide kampen lafheid verweten en eigenlijk collectief uitgekotst. Deze volgens sommigen iets te brave burgers “moeten maar eens wakker worden.”

Eerder deze week liepen de gemoederen tijdens een info-avond in Steenbergen hoog op. De nodige tegenstanders van een eventueel te vestigen AZC lieten zich al uit in niet mis te verstane bewoordingen. Toen echter een dame het woord wilde nemen die vóór vluchtelingenopvang was, werd zij getrakteerd op fluitconcerten, boegeroep, middelvingers en “daar moet een piemel in!” De vrouw, die voorafgaand aan de avond al een steen door de ruit had gekregen en haar kinderen uit veiligheidsoverwegingen elders had moeten onderbrengen, werd geprezen om haar moed. Andere voorstanders hadden namelijk van hun spreektijd afgezien. Ook uit veiligheidsoverwegingen.

Moed? Maar we hebben vrijheid van meningsuiting, toch? Dan is het toch niet nodig om de held uit te hangen als je wilt zeggen wat je denkt? Helaas, inmiddels kennelijk wel. Wie het hardst schreeuwt heeft gelijk. De nuance is zoek en waar de één dat betreurt, vindt de ander dat wel prima: “gewoon keihard zeggen waar het op slaat!” (sic).

Discussie vind ik prima. Mes op tafel? Geen probleem! Zolang het maar wel gebaseerd is op argumenten en niet op gebral, gedreig en het letterlijk overschreeuwen van andermans mening. Vrijheid van meningsuiting is namelijk niet beperkt tot jouw eigen mening; het betekent dat een ander óók voor zijn of haar mening mag uitkomen. Zonder te hoeven vrezen voor allerlei ellende. Wie er gelijk heeft is, wat mij betreft, onbelangrijk. Het gelijk van de sterkste (of liever luidruchtigste) baart me meer zorgen dan welke vluchteling ook!

Grenzen dicht?


passeursraam

Beste wie dit leest,

De migrantenkwestie houdt de gemoederen hier te lande behoorlijk bezig. De discussie polariseert heftig. Voor- en tegenstanders discussiëren niet langer inhoudelijk, zeker niet op social media, maar gooien met modder, scheldwoorden en kreten.

“Grenzen dicht!” is zo’n kreet. Nederland zou, desnoods eenzijdig, de grenzen moeten sluiten om de toestroom van migranten effectief in te dammen. Maar hoe handig is dat? Is het middel niet erger dan de kwaal?

Sinds 1993 is er een vrije Europese markt met vrij verkeer van goederen, personen, diensten en kapitaal. Daardoor hoeven we, binnen deze landen, niet meer door de paspoortcontrole als we de grens willen passeren. Goederen mogen sinds die tijd zonder uitgebreide douanedocumentatie zó de grens over. Dat scheelt tijd en geld. Het eenzijdig sluiten van de grenzen, zoals sommigen willen, maakt aan dat vrije verkeer van en naar Nederland in één klap een einde.

“Dat moet dan maar”, roepen sommigen. “Dan maar weer met de vrachtwagen in de file bij Hazeldonk.” Maar zullen er dan nog wel veel vrachtwagens in de rij staan bij de grensovergangen? Als immers de rest van Europa die grenzen gewoon open houdt, blijven de buitenlandse truckers en binnenschippers vrolijk verder rijden en varen. Ik ben geen econoom, maar volgens mij zet je met zo’n maatregel jezelf lelijk buitenspel! Hooguit werkt het nog als héél Europa de grenzen dichtgooit, dan krijg je feitelijk dezelfde situatie als voor 1993. Dat werkte immers ook. Maar eenzijdig de grenzen sluiten, betekent dat je jezelf lossnijdt van de rest van Europa. En een land dat het vooral moet hebben van handel, doorvoer en distributie kan zijn economie in zo’n geval met een gerust hart bij het grof vuil zetten. Dag, internationale binnenvaart! Transportbedrijven rijden alleen nog binnenlandse ritjes. Onze lucht- en zeehavens zijn in no-time hun leidende posities kwijt. Dé manier om kapitaal te vernietigen en vele duizenden banen zó door het putje te spoelen.

Nog eens iets: stel dat je de slagboom ouderwets weer naar beneden doet bij onze landsgrenzen, heb je dan het lek boven? Je kunt niet de gehele grens in de gaten houden, vooral niet in dunbevolkte gebieden. Smokkelaars, zowel van mensen als goederen, zijn reuze vindingrijk. Dat bleek al tijdens de Eerste Wereldoorlog. De Duitsers plaatsten een groot, elektrisch hek over de gehele lengte van de grens tussen het grotendeels bezette België en het neutrale Nederland. Zij hoopten zo vluchtelingen en deserteurs binnen te houden en geallieerde vrijwilligers en spionnen buiten. Dat was allesbehalve een waterdichte oplossing. Dankzij een opvouwbaar houten frame, dat tussen de draden werd geplaatst, een “passeursraam”, kroop men zo onder de “Dodendraad” door. Er vielen wel slachtoffers, maar dat kwam voornamelijk doordat men in de dunbevolkte, agrarische grensstreek 100 jaar geleden nog niet zo bekend was met elektriciteit en de gevaren ervan. Oh, en de Duitse grenspatrouilles schoten met scherp….

Nogmaals, ik heb er niet voor doorgeleerd, maar ik denk dat zo’n maatregel meer kost dan de huidige toestroom van migranten. En dan is het nog maar de vraag of het helpt…