Bloedzuigers!

Beste wie dit leest,

Rotzakken zijn het. Monsters! Ik zou hun bloed wel kunnen drinken als zij dat van mij niet al eerst op hadden. En ik heb het niet over de mensen van de Bloedbank, want daar ben ik van de week toevallig ook nog geweest. Nee, ik heb het over die geniepige smeerlappen, die elk jaar weer mijn lentegevoel overschaduwen, omdat zij in die tijd van het jaar ook weer zo nodig dienen op te duiken: muggen!

Ieder voorjaar weer weten ze mij te vinden. Ja, mij! Want mijn vrouw lusten ze niet. Die klaagt doorgaans pas over muggen als ik een paar nachtdiensten heb, want bij het ontbreken van hun favoriete prooi besluiten die engnekken dan maar om mijn betere helft te gaan treiteren. Maar dan ook alleen maar omdat ze anders verrekken van de honger. Ben ik echter thuis, dan kan ik mij in hun onvoorwaardelijke en onophoudelijke belangstelling verheugen (niet!)

En wat ik al niet geprobeerd heb om ze tegen te houden. Voor ramen en deuren zitten horren en je zou toch zeggen: “dat houdt het gros wel tegen”. Maar ja, zo af en toe wil je toch eens iets open zetten, al is het maar voor wat frisse lucht. En dat kan alleen als je ook de hor even opent. Of je moet toch echt naar buiten. Of naar binnen. Het lijkt wel of die treiterkoppen daarop wachten om snel, als het fijnmazige krachtveld héél even noodgedwongen geopend wordt, naar binnen te glippen. En anders vinden ze wel één of ander kiertje of gaatje dat in mijn Star Wars-achtige afweerschild is geslopen, om zich daarna te verstoppen tot de nacht valt. En is die nacht maar éénmaal goed gevallen, dan begint alle ellende.

Dan vliegt er een eskader Mug-21’s in gevechtsformatie door mijn slaapkamer. Op zoek naar mij. Wat overigens niet betekent dat ik niet probeer de vijand dapper het hoofd te bieden. Daar zit echter één maar aan: ik moet daarbij een licht ontsteken, want anders ben ik niet in staat mijn kwelgeesten waar te nemen. Dat deert deze nachtjagers echter totaal niet. Onmiddellijk wordt de formatie verbroken om naadloos over te schakelen op een ware guerrilla-tactiek. Terwijl ik mij al speurend overgeef aan de jachtinstincten die mijn genen kennelijk nog vanuit het Stenen Tijdperk hebben meegenomen, zoekt de tegenstander rap allerlei hoekjes, gaatjes en schaduwen op. Daar kan ik hem, met mijn inferieure en nauwelijks aan het licht gewende ogen, niet vinden. Totdat ik het opgeef, het licht uitknip en met mijn kop onder het dekbed probeer verder te snurken. Want dit is voor deze treiterkoppen het sein om de schuilplaatsen te verlaten, te hergroeperen en opnieuw tot de aanval over te gaan. En dat circus herhaalt zich dan een aantal keren per nacht. Ik heb me zelfs wel eens verlaagd tot chemische oorlogvoering. Hielp niks. Voor ik het wist was dat triefel er tegen bestand!

Ik ga het hier nu niet hebben over hoe het leven op deze aardkloot ontstaan is. Maar wie of wat er ook voor verantwoordelijk is: had die nou niet éven iets anders kunnen gaan doen toen het ontwerp van de mug aan de beurt was? Oh, en wespen, neem die gelijk ook maar mee. Want daar heb ik misschien nog wel een grotere hekel aan. Voor de rest kan ik met de schepping aardig leven. Maar muggen? Ik krijg er gierende jeuk van!

Advertenties

3 gedachtes over “Bloedzuigers!

  1. Met plezier gelezen.
    Naast mijn slaapkamer heb ik nu al bijna een jaar twee lege vleermuiskasten hangen.
    Mijn hoop heb ik gevestigd in een flinke kolonie vleermuizen rondom mijn huis.
    En dat deze vleermuizen genieten van elke mug in de muggen zwermen van het voorjaar, zomer en najaar.
    Vriendelijke groet,

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s