Geluidshaat


Stilte

Beste wie dit leest,

Ik heb een hekel aan sommige geluiden. Een bloedhekel. Ik word kwaad, agressief bijna. Eetgeluiden, gekauw, geklok, geslurp, geslik. Geknisper, gekraak. Gesnuif, zwaar ademen, tandengeknars, het alsmaar schrapen van een keel. Maar ook het voortdurend nerveus klikken van een balpen of computermuis, het getik op het toetsenbord van een laptop.

Van die geluiden kan ik oprecht knettergek worden. Ik word woedend. Serieus! Vorige week, een item op TV over hoe slecht kokend hete thee voor je slokdarm is. De presentator vond het nodig om zijn, inmiddels niet meer zo hete, thee te slurpen. Breed lachend. Alsof die eikel wist hoezeer zijn geslurp mij irriteerde… Ik wilde die grijns van zijn bek rossen. Zijn theeglas in zijn strot rammen. Mijn koffiemok naar het TV-toestel slingeren. Maar, goddank, ik beheers me. Ben ik immers geen beschaafd burger? En gelukkig maar, want buiten op straat zou ik dagelijks mensen aanvliegen. Omdat ze een appeltje eten of een flesje water drinken (alleen dat gekraak van dat plastic flesje al!) En regelmatig in elkaar geslagen worden, want ik ben geen krachtpatser.

Ik heb dat al sinds de middelbare school. Verknalde ooit een belangrijk proefwerk. Ik had het ècht goed geleerd, maar omdat iemand tijdens het proefwerk voortdurend zijn neus ophaalde, raakte ik daar obsessief op gefocust. Kreeg geen antwoord meer op papier, dus een dikke onvoldoende. Onbegrip was mijn deel, ja-ren-lang. “Dat zijn toch heel normale geluiden? En je maakt ze zelf ook!” Dat laatste klopt en ik probeer wanhopig dat niet te doen. Maakt iemand anders die geluiden, dan wil ik ze ontvluchten of overstemmen. Tijdens het eten moet bij ons de radio of TV aan!

Tot een jaar of twee geleden wist ik niet wat dit was. Was ik de enige? Was ik nou echt zo’n aansteller? Waarom zat (en zit!) ik te koken van woede als iemand op mijn werk achter mijn rug (natúúrlijk, altijd vlàk achter mij!) een appeltje wegknaagt? Maar toen kwam het verlossende antwoord. Deze aandoening, want dat is het, kreeg een naam. En ik ben allesbehalve de enige die eraan lijdt…

Begin 2013 werden de eerste artikelen gepubliceerd over misofonie. Grieks voor ‘haat voor geluid.’ Hele volksstammen hebben er behoorlijk last van. Ik heb het nog net zo erg als vroeger, erger misschien zelfs, want al gauw wordt het chronisch, maar het feit dat ik dus iets heb, waar een naam voor is, waar talloze andere mensen ook mee tobben… Het is bijna een….. opluchting! Die gevoelens van haat, walging en woede zijn gewoon heel herkenbaar voor mensen die misofonie hebben. Ik ben niet overdreven agressief of onaangepast, ik ben geen aansteller!

Ik ga het hier niet hebben over de oorzaken van misofonie. Wie meer wil weten, kan hier eens klikken. Een remedie is er niet en het is de vraag of die er ooit komt. Maar al klinkt het stom, ik ben bijna blij dat wat ik heb, echt ‘iets’ is. Misschien levert het een tikkeltje begrip op als ik weer eens inwendig kook.

Advertenties

Afhankelijk, deel 2: Beschaving


flesjes water

Beste wie dit leest,

In mijn vorige stukske had ik het over hoe afhankelijk we geworden zijn van zoiets relatief simpels als een internetverbinding. Werkt het even niet, dan hangt de kat meteen in de gordijnen. Eén van de reacties die ik op dat artikeltje kreeg, herinnerde mij aan een ander voorval, en dan met name de gevolgen die het had.

Eind vorig jaar mochten wij in mijn woonplaats even een paar daagjes geen water uit de kraan drinken. Bij werkzaamheden aan een nieuwe waterleiding was er vogelpoep (volgens sommigen hondenpoep) in de leiding terecht gekomen en hoepla: e-coli-bacterie in het drinkwater. Niet tof en ook niet erg gezond. Vandaar dat de overheid meteen een SMS-melding eruit slingerde: Geen water uit de kraan drinken, tenzij je het eerst kookt! Dit gold voor de hele stad.

Oké, lastig, maar niet onoverkomelijk. Vakantielanden zat waar je niet uit de kraan kunt drinken. We hadden wat lege flessen in huis en al snel stond daarin gekookt leidingwater af te koelen. Met bovendien nog een paar flesjes bronwater op de plank konden we er voorlopig wel tegen. Twee mensen en een klein hondje, geen probleem de eerste dagen! Met een bakkie koffie (van gekookt water!) kroop ik achter mijn pc. Even het nieuws checken.

Via een plaatselijke nieuwssite plus de lokale Facebook-pagina kreeg ik al héél rap in de gaten, dat niet iedereen het hoofd zo koel hield. Er was een ware run ontstaan op de supermarkten. Die zaten binnen een uur zonder bronwater. Mensen duwden boodschappenkarren, die tot ver over de rand gevuld waren met flessen en pakken. Alsof ze vreesden dat dit weken zou gaan duren! Wilden ze ermee douchen misschien?

Al snel verschenen klaagzangen op de genoemde sites: er waren bijna opstootjes ontstaan toen de supermarkten vrijwel door hun voorraden heen waren en mensen de laatste flessen probeerden te bemachtigen. Meldingen over klanten, die elkaar de flessen uit de handen rukten en andermans winkelwagens plunderden. Een werkneemster van een kinderdagverblijf, die probeerde wat water te bemachtigen om flessenvoeding mee te maken, werd (naar verluid) uitgescholden toen ze iemand met een tjokvolle kar vroeg, of ze ook wat water mocht. De beelden waren ’s avonds te zien op de diverse journaals. Mensen eisten op social media dat het waterleidingbedrijf tankwagens met gratis water de wijken zou insturen. Paniek alom!

Uiteindelijk viel het allemaal best mee. De supermarkten hadden de volgende dag alweer voldoende voorraad en dat bleef zo. De waterleiding werd behandeld met chloor (na het douchen rook je naar zwembad) en 5 dagen later werd het sein ‘veilig’ gegeven. Ik vraag me af wat mensen met die karrenvrachten drinkwater gedaan hebben…

Maar als je dit zo meemaakt, moet je er toch niet aan denken dat er ècht iets gebeurt, waardoor eerste levensbehoeften schaars worden. Bijvoorbeeld: de economie stort in. Extreem weer. De Vijand valt ons land binnen. Wat rest er in een dergelijke situatie nog van ons beschaafd gedrag? Of slaan we elkaar dan ècht de hersens in voor een flesje water?

Afhankelijk


geledriehoek

Beste wie dit leest,

Het lijkt allemaal zo vanzelfsprekend. Ik ga aan mijn bureau zitten, druk op de knop en mijn ouwe, trouwe desktop begint te zoemen. Ik wacht even tot-ie gebruiksklaar is, meestal niet langer dan een minuutje. Vervolgens haalt mijn pc automatisch nieuwe emails binnen. Althans…. dat is de bedoeling. Want in plaats van verse berichten krijg ik een foutmelding in mijn scherm: geen verbinding!

Eén blik rechtsonder in mijn scherm volstaat: een geel driehoekje met een uitroepteken. Mijn internet doet het niet. Oeioeioei, daar had ik even geen rekening mee gehouden. Heeft mijn provider storing? Ik onderwerp mijn modem aan een nader onderzoek. Niks geks. Kennelijk functioneert deze volkomen normaal. Telefoon? Doet het. Wifi? No problem. Gloeiende gloeilampen, wat is er aan de hand? HELP!

Ik koppel de laptop, die ik dan ook nog bij de hand heb, aan de netwerkkabel. Die navelstreng, die normaal gesproken mijn desktop voorziet van alle benodigde voedingsstoffen om op een gezonde manier online te kunnen zijn. Laptop maakt verbinding..! Het zit dus in mijn desktop. Een telefoontje naar mijn vaste computerdeskundige bevestigt dit vermoeden. Gelukkig zit die vlakbij, dus ik ontdoe mijn rekenapparaat van alle kabeltjes, snoertjes en andere zooi en spring in de auto. Op naar de compu-dokter.

Daar aangekomen blijkt het euvel gelukkig vlot verholpen te kunnen worden. Da’s een meevaller. Binnen het uur ben ik alweer thuis en wordt mijn desktopje weer verbonden met prik, netwerk, randapparatuur en noem maar op. Starten….. en ja! Alles doet het weer naar behoren. Ik wis nog net niet het klamme angstzweet van mijn voorhoofd.

Nadat ik van de ergste schrik ben bekomen, realiseer ik me, hoe afhankelijk we zijn geworden van internet. Hoe makkelijk je met één druk op de knop iets kunt bestellen, betalen, een berichtje kunt versturen. Natuurlijk, als het probleem van mijn pc’tje groter was geweest en meer tijd gevergd had, had ik nog verder kunnen roeien met de riemen die ik had: de laptop en mijn smartphone. Maar ja, ik ben zó gewend aan die computer… Dáár heb ik alles zo binnen handbereik. En een fatsoenlijk tekstje fabriceren op een smartphone? Een tweet of een appje, dat lukt nog nèt. Maar voor de rest…

Het is te vergelijken met vroeger: deed je telefoon (en dan bedoel ik zo’n analoog apparaat met een draaischijf) het niet, dan was je niet meer bereikbaar en dus flink onthand. Maar dit is nog even een factor zoveel erger. We zijn met zijn allen zo gewend aan een constant werkende internetverbinding, waar we vrijwel alles mee kunnen doen. En we gaan er ook blind van uit dat vrijwel iedereen diezelfde verbinding heeft. “Heb je mijn email niet gekregen?” Nee, ik zat zonder internet… “Oh?”

En dan gaat het hier alleen maar over wat persoonlijk ongemak voor mij. Stel je de ellende eens voor, als dat altijd aanwezige internet ineens op grote schaal en voor langere tijd uitvalt. De gevolgen zouden gigantisch zijn. Dikke paniek. Toch iets om eens bij stil te staan…

Mug


30563198-illustration-of-cartoon-mosquito

Beste wie dit leest,

Afgelopen nacht werd ik gewekt door een onaangenaam, zoemend geluid, dat ik normaal gesproken associeer met een heel andere tijd van het jaar. En toen ik vanochtend opstond, jawel, jeuk! Het is 26 januari 2018 en ik heb de eerste muggenbeet van het jaar alweer binnen. Het moet niet gekker worden!

De natuur lijkt van slag. Gisteren liep ik van een vrije dag te genieten in Zeeland. Nu is het nog te vroeg om meteen maar “Zomer in Zeeland” te gaan zingen, maar de sneeuwklokjes steken hun kopjes al op. Op het strand droeg ik nog wel een muts, maar dat had meer te maken met de combinatie van de stevige wind en mijn kouwelijk kale bolletje dan met de heersende temperaturen. 24 januari, eergisteren dus, was zelfs de warmste 24 januari ooit gemeten.

Nu sneuvelen er wel vaker weerrecords en dat gebeurde vroeger ook al. Maar van de week zag ik op televisie in een statistiekje, dat het de laatste 10, 15 jaar toch vooral nieuwe warmterecords zijn. De ‘koudste dagen ooit’ zijn verre in de minderheid. Blijkbaar was dat in een niet al te ver en grijs verleden toch een stuk beter in balans. Sinds 1997 zijn er in De Bilt in januari geen kouderecords meer gevestigd. Warmterecords des te meer. Voorlopig is deze winter weliswaar zacht, maar ook grijs en somber, stormachtig bovendien.

Dat het klimaat verandert, lijkt me onmiskenbaar. Dat er volop discussie gaande is over in hoeverre de mens hierop van invloed is, ook. De één is ervan overtuigd, dat we met zijn allen sinds de eerste tekenen van Industriële Revolutie het milieu in toenemende mate verzieken, met opwarming van de aarde als gevolg. De ander wijst erop, dat klimaatveranderingen al zo oud zijn als onze planeet, aanzienlijk ouder dan de mensheid dus. Er zijn fossielen van palmbomen gevonden in streken, waar nu een poolklimaat heerst. Er zijn diverse ijstijden geweest. We zijn als mensen best overtuigd van ons kunnen, maar om dáár nou verantwoordelijkheid voor te nemen…

Als leek kan ik me niet aan de indruk onttrekken, dat wij mensen er minstens iets mee te maken LIJKEN te hebben. Maar er zijn ook zat zogenaamde ‘klimaatsceptici’, die dat allemaal doemdenkerij vinden. Zelfs president Trump. “De ene dag is het warm, de andere dag is het koud. That’s called weather.” Aldus de machtigste man op deze in rap tempo opwarmende aarde.

Ik heb er niet veel verstand van. Voor beide opvattingen valt wat te zeggen. Ik weet niet wie er gelijk heeft, al lijkt al die vervuiling me sowieso geen goeie zaak. Laat ik besluiten met een stukje toneeltekst. In “Jan”, een bewerking van “Oom Wanja” van Tsjechov, mocht ik in de rol van de dokter de volgende woorden spreken: “Bossen worden vernietigd, rivieren drogen op, wild sterft uit, het klimaat verslechtert en iedere dag wordt onze aarde een beetje armer en lelijker.” En intussen wordt ik in januari gestoken door een mug en vraag ik me stiekem af, in welke week de zomer dit jaar zal vallen…

 

Maandag tot vrijdag


weekend

Beste wie dit leest,

Een berichtje op mijn Facebook vanmorgen: ‘Weekend! Oh nee, ik moet gewoon werken…’ Daaronder, zoals te doen gebruikelijk bij ieder gemiddeld bericht op sociale media, een aantal reacties. Voornamelijk afkomstig van mensen, die zelf ook dit weekend aan de arbeid moeten. Zoals ik bijvoorbeeld.

Op zich is daar natuurlijk niks mis mee. Ik herinner me een nieuwsberichtje van vorig jaar of zelfs het jaar daarvoor, waarin stond, dat onderzoek had uitgewezen dat 2/3 van de werkenden tegenwoordig werktijden heeft die buiten de ‘traditionele kantooruren’ vallen. Al is het maar een klein stukkie. De traditionele kantooruren, zeg maar maandag-tot-vrijdag van 9 tot 5, zijn nog altijd de norm. Terwijl de mensen die echt nog op die uren werken tegenwoordig, althans in mijn beleving, behoorlijk in de minderheid zijn.

Zelf werk ik volcontinu, dus inclusief nachten en de hele reut. Als ik ochtenddienst heb, ga ik even voor half 6 van huis. Dan is het nog vrij rustig op de weg op doordeweekse dagen. Kom ik echter uit de nacht, dan vertrek ik ergens tussen 6 en kwart over 6 vanuit Rotterdam. En wat een verkeer je dan al tegenkomt! Met name van die bedrijfsbusjes, het lijkt wel of ze het afgesproken hebben! Voor half 7 al een hele massa verkeer. Nou ben ik al een ouwe lul en ik kan me de situatie van zo’n 30 jaar geleden nog herinneren. Toen reed je voor 7 uur doorgaans redelijk in je uppie, maar nu…

Dat is natuurlijk niet raar. Werktijden werden steeds flexibeler en veel mensen kiezen er blijkbaar voor om vroeg te beginnen, dan heb je wat aan je dag en ben je ook vroeg weer klaar. Het idee dat je dan voor de file thuis bent kun je denk ik vergeten, want de avondspits begint tegenwoordig ook al om een uurtje of 3.

Maar daar stopt het natuurlijk niet. In de loop der jaren gingen winkels steeds langer open, naar de super op zondag wordt steeds gewoner. Sterker nog, bij ons is het op zondag nog drukker dan op zaterdag, wat vroeger altijd de dag was dat de winkelwagentjes in de file voor de kassa stonden. Helpdesks, klantenservice, ja, zelfs de belastingtelefoon is tot laat in de avond bereikbaar. De 24-uurs economie is volgens mij al zodanig ingeburgerd, dat je de term zelf amper nog hoort. In sommige sectoren staat zelfs de onregelmatigheidstoeslag al ter discussie!

Toch blijft voorlopig ‘kantooruren’ nog de norm. ‘Bereikbaar op werkdagen’ betekent van maandag tot vrijdag en van 9 tot 5. Daar is een groot deel van de maatschappij nog altijd op ingericht en de mensen zelf ook. Dat merk je aan reacties als je ‘tijdens kantooruren’ op straat loopt, boodschappen doet of online bent. De verbazing, als je zegt dat je morgenochtend niet bereikbaar bent, omdat je dan ligt te slapen…

Voorlopig zit Zaagmans op woensdag nog niet zonder werk. En luidt men aan het eind van de casual Friday het weekend in met een ‘vrijmibo’. Maar ik vraag me stiekem af voor hoe lang nog. Wie het weet, mag het zeggen.

 

 

Tuincentrum


vraagteken

Beste wie dit leest,

Afgelopen weekend was zeldzaam mooi weer. Half oktober en dan buiten in het zonnetje je bammetjes nuttigen in je shirtje is een zeldzaamheid. Je kunt je natuurlijk afvragen of het wel goed is (en dat is het waarschijnlijk niet!) maar veranderen doe je het toch niet, dus we genoten er maar van.

Afgelopen zondag moesten we naar een verjaardag, maar door dat mooie weer waren we een beetje vroeg op pad. Omdat je de gastheer en -vrouw ook niet al te vroeg wilt overvallen, gingen we eerst nog even naar het nabijgelegen mega-tuincentrum. Open op zondag en daar kan ik nog steeds moeilijk aan wennen. De plaatselijke super is hier op zondag nog drukker dan op zaterdag en dàt was in mijn herinnering altijd de dag voor topdrukte qua boodschappen doen. Voor mij hoeft het niet per se, maar nu kwam het wel goed uit, dus we verenigden het nuttige met het aangename. We zochten immers nog iets leuks voor op het dressoir.

Bij het tuincentrum aangekomen, bleken wij bepaald niet de enige te zijn. Het uitzonderlijk mooie najaarsweer had hele volksstammen naar buiten gelokt, allemaal naar het tuincentrum. Nu wil ik gelijk even een misverstand uit de weg ruimen: ik ben op tweede Paas- en Pinksterdagen etc. never en nooit op bijvoorbeeld een woonboulevard te vinden, dus ook “Och, het is mooi weer, laten wij naar het tuincentrum gaan.” is nu niet bepaald mijn favoriete vrijetijdsbesteding als ik eens een zondag vrij ben met mooi weer!

Met mijn jas nog open, want bijna 20 graden buiten, stapte ik vanuit het zonnetje naar binnen. Gezellige muziek kwam mij tegemoet. Wacht even…. gezellige muziek? Jingle Bell Rock? En naast de ingang stond een levensgrote kerstman HoHoHo! te roepen? Ik vertrouwde mijn eigen ogen niet! Ik was omgeven door besneeuwde sparren. Oké, nep, maar toch… Even verder stonden enkele lichtgevende ijsberen en nog weer een zaaltje daarna (ik zei al, gróót tuincentrum) stonden een paar knoeperds van diorama’s met allemaal besneeuwde huisjes, treintjes, lampjes en miniatuurmensjes met heel veel winterpret. Nou vind ik met het vliegtuig naar een warm land al een behoorlijke cultuurschok, want je stapt in Nederland in de regen in en stapt 3 of 4 uur later weer uit dat ding en de hitte slaat om je oren. Dat kan ik nog begrijpen. Maar dìt?

Sinterklaas moet nog vertrekken uit Spanje richting ons land (àls-ie dat tenminste doet, ik kan me voorstellen dat-ie dit jaar thuisblijft met al die heisa rond zijn metgezel), maar bij het gemiddelde tuincentrum staan de kerstbomen met bijbehorende verlichting en andere accessoires al volop in de verkoop. Toen ik tenslotte weer naar buiten stapte, stond daar een joeperd van een kraam waar men olie- en andere bollen verkocht. Ik keek naar de kraam, bezag mijn open, dunne jasje en polo met korte mouwen en besloot dat ik maar niet zou proberen het te begrijpen.

“Wat wil je drinken?” vroeg de jarige kort daarna. Bijna had ik om een warme chocomel met slagroom gevraagd……

Statiegeld


blik-fles

Beste wie dit leest,

Vorige week was ik zo bemazzeld om een weekje in Duitsland te vertoeven. In de Eiffel, schitterend weer, vlakbij de Belgische èn Luxemburgse grens, kwam ik daar ook weer eens. Nu is Duitsland nogal een bierland, vooral met die Oktoberfeste (tegenwoordig al in september…). En ik ben geen bierdrinker, maar een Radlertje sla ik niet af. Zeker niet een Duitse Radler, die naar mijn bescheiden mening toch een stuk beter smaakt dan de versies die Nederlandse brouwerijen op de markt brengen. Ook niet vies, maar je kunt net zo goed een Fantaatje drinken…

Ik had het plan opgevat om een aantal van díe Germaanse citroenbiertjes te nuttigen, die in Nederland niet of moeilijk te vinden zijn. Vervolgens zou ik van de, volgens mijn smaakpapillen, lekkerste Radler een voorraadje mee naar huis nemen. In blik, dat wel, want die Duitse bierflesjes kunnen hier niet in de statiegeldmachine. Lekker thuis nagenieten. Maarrrrrr… op bier en fris in blik zit in Duitsland ook statiegeld! Zelfs op die kleine petflesjes. Daar viel mijn mooie plannetje lelijk in het (citroen)water, want in Nederland kan ik die blikjes natuurlijk nergens inleveren. Althans, niet met teruggave van het statiegeld, wat dan weer prijsverhogend zou werken voor mijn favoriete citroenbiertje… Balen!

Ik weet dat er hier te lande al een tijdje een politieke discussie gaande is (inclusief intensieve lobby) over het statiegeld. De één wil het helemáál afschaffen, de ander wil juist ook die kleine, nu nog statiegeldloze, petflesjes erin betrekken. Daar zijn echter weer kosten mee gemoeid en zo, dus die discussie loopt al even. Waar echter de gemiddelde Nederlandse berm, openbaar groen en wat dies meer zij bezaaid ligt met blikjes en plastic flesjes, vind je in Duitsland helemaal….. niets! Ja, ik weet, de Eiffel is een heel stuk dunner bevolkt dan de Randstad. Dan is daar natuurlijk de meer gedisciplineerde en ‘saubere’ Duitse volksaard en ga zo maar door. Maar ik heb de indruk dat statiegeld ‘dus’ wel degelijk werkt! Als je moet betalen voor je fust, dan flikker je het immers niet in de berm…

Volgens mij hadden de Duitsers dit bij mijn laatste bezoek aan hun mooie land, 4 jaar geleden, nog niet. Of het is me ontgaan. Maar blijkbaar zijn onze Oosterburen erin geslaagd zo’n systeem op te zetten (kosten of niet), met als gevolg dat de openbare ruimte niet ligt volgeplempt met allerlei zooi. Ter illustratie: wij gingen shoppen op letterlijk een paar meter over de Belgische grens. Daar géén statiegeld op blik. Wij aten buiten in het zonnetje ons gekochte broodje op. Tussen de planken van ons Belgische bankje zat een in elkaar geperst colablikje gepropt…

Overigens, mijn auto zat onderweg naar huis evengoed afgeladen met allerlei niet of nauwelijks in Nederland verkrijgbare Duitse lekkernijen en wijn. Zonder statiegeld, dat wel. Maar wees gerust, ik zal dat afval netjes scheiden. En de wijnflessen? Naar de glasbak! Nadat ik de wijn uit die flessen bevrijd heb, dat wel… Met mij hoeft u dus geen meelij te hebben. Proost!